Kwaliteit Hoofdstuk 8

Kromme Rijn College stelt vierjaarlijks een schoolplan op waarin ambities zijn geformuleerd die jaarlijks vertaald worden in een jaarplan. Zo zijn wij als school continu bezig met het verbeteren van de kwaliteit van ons onderwijs.

8.1 Kwaliteitsbeleid

Wij vinden het belangrijk dat de kwaliteit van ons onderwijs hoog is en dat we de kwaliteit steeds blijven toetsen en verbeteren. Dit doen we op verschillende manieren, zie ook de paragraaf kwaliteitszorg.

Er is ook inspraak in en toezicht op de monitoring van onze kwaliteit.

  • Via de Medezeggenschapsraad (MR) vragen wij feedback aan ouder(s)/verzorger(s) en medewerkers over ons beleid en ons onderwijs. Sade van Ophem is voorzitter van onze MR.
  • De Inspectie van het Onderwijs beoordeelt onze kwaliteit op basis van het toetsingskader voor het speciaal onderwijs. 
  • Wij nemen jaarlijks de sociale veiligheidsmonitor af bij leerlingen en driejaarlijks bij ouders en medewerkers.

De resultaten worden besproken met de medezeggenschapsraad en de leerlingenraad. De uitkomst uit deze onderzoeken worden omgezet in verbeteracties op school. Het is belangrijk voor de school dat u de enquête voor ouder(s)/verzorger(s) invult.

GMR SPO Utrecht
SPO Utrecht heeft een GMR (Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad). De GMR is gesprekspartner van het College van Bestuur en denkt proactief mee met beleid dat álle scholen van SPO Utrecht raakt. De GMR bestaat uit 6 ouders en 6 personeelsleden. Robin van Impelen is namens Het Kromme Rijn College gezeteld in de GMR.


8.2 Kwaliteitszorg

Wij werken systematisch aan de kwaliteit van ons onderwijs. Onder kwaliteitszorg verstaan we: activiteiten die erop gericht zijn om de kwaliteit van het onderwijs te bepalen, te bewaken, te borgen en te verbeteren. Met andere woorden: wat vinden wij goed onderwijs, wat zijn de eisen van de overheid, welke doelen stellen we, hoe zorgen we ervoor dat we kwaliteit leveren en hoe houden we de bereikte kwaliteit vast?

Onze school werkt aan de ontwikkeling en vernieuwing van het onderwijs en zorgt dat zaken die goed gaan, goed geborgd worden. Het belang van kwaliteitszorg en wetenschappelijk onderzoek Onze school werkt samen met het Nationaal Regieorgaan Onderwijs (NRO). Twee keer per jaar krijgen wij als school een rapport om ons onderwijs te verbeteren. Dit rapport wordt gemaakt door het NCO (Nationaal Cohortonderzoek. Sinds 2025 delen wij deze gegevens, via beveiligde kanalen, met het

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en met het NRO. Er wordt gezorgd voor een veilige overdracht van de gegevens én we kunnen op deze manier de kwaliteit van ons onderwijs goed blijven monitoren. De toestemming of het bezwaar dat u eerder heeft gegeven/gemaakt blijft gewoon staan. Wilt u hierin iets wijzigen, neemt u dan contact op met de directeur. Voor meer informatie zie deze link: Ouders/verzorgers | Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs. Mocht u ondanks deze veiligheidswaarborgen toch bezwaar hebben tegen verwerking van de gegevens van uw eigen kind, dan kunt u dit jaarlijks kenbaar maken bij de directie van onze school. Wij zorgen er dan voor dat de betreffende gegevens niet aan het CBS en ook niet aan het NRO geleverd worden. Meer informatie leest u hier, als onderdeel van het NRO. Hiervoor delen wij als school persoonsgegevens en toetsgegevens van onze leerlingen. Het gaat uitdrukkelijk niet om bijzondere persoonsgegevens.

Bij toetsgegevens gaat het om taal- en rekenresultaten. Voor de onderzoekers zijn de gegevens niet herleidbaar naar de leerlingen. Ook in openbare publicaties zullen de onderzoeksresultaten nooit herleidbaar zijn naar personen of naar afzonderlijke scholen. Met de anonieme resultaten van leerlingen kunnen ontwikkelingen en prestaties van de school en andere scholen in kaart worden gebracht.

Resultaten
De school monitort de resultaten van leerlingen dagelijks middels observaties van docenten. Daarnaast worden leerlingen regelmatig getoetst. Er wordt in de school gebruik gemaakt van vakspecifieke toetsen en genormeerde toetsen. Laatstgenoemde zijn toetsen om het referentieniveau van leerlingen in kaart te brengen. Het Kromme Rijn College gebruikt hiervoor DIA-toetsen. In het eerste leerjaar worden alle leerlingen bij de start van het schooljaar getoetst en in februari voor een vervolgmeting. In de overige leerjaren is dit slechts een keer per jaar in februari. Uitzondering zijn de leerlingen in de MBO-entreeroute die ook twee keer per jaar een toetsmoment hebben.

De school analyseert de resultaten van deze toetsen om de kwaliteit van het onderwijs in kaart te brengen en de voortgang van individuele leerlingen. Dit is de verantwoordelijkheid van de didactici.

Daarnaast zijn er drie keer per jaar rapportvergaderingen, waarin de voortgang van leerlingen met betrokkenen wordt besproken en gemonitord. Vijf keer per jaar wordt u als ouder geïnformeerd over de voortgang van uw kind in een voortgangsgesprek. In deze gesprekken wordt ook het ontwikkelingsperspectief van uw kind besproken. In het OPP worden het uitstroomniveau, de onderwijs- en ondersteuningsbehoeften en voortgang vastgelegd.

Ouders en leerlingen hebben een wettelijk hoorrecht. Dit hoorrecht heeft betrekking op de inhoud van het OPP, waar wij actief een terugkoppeling op vragen vanuit ouder en leerling. Daarnaast worden leerlingen ook jaarlijks in juni gehoord over hun beleving van de kwaliteit van de schoolondersteuning.

Veiligheid
De school heeft veiligheid hoog in het vaandel staan. Om die reden wordt er elke twee weken een analyse gemaakt van de incidenten en voorvallen in de school. Dit doet de commissie schoolklimaat, bestaande uit de PBS-coaches. Op basis van deze analyses worden passende interventies gepleegd om het aantal incidenten te verminderen en leerlingen afdoende te ondersteunen.

Daarnaast neemt de school jaarlijks de sociale veiligheidsmonitor af. Deze vragenlijst heeft betrekking op het welbevinden van leerlingen, de tevredenheid van leerlingen over de school en de veiligheidsbeleving. De uitkomsten van dit onderzoek verwerkt de veiligheidscoördinator in een analyse waarin passende interventies zijn opgenomen om successen te borgen en waar nodig schoolbeleid te verbeteren. De uitkomsten van de sociale veiligheidsmonitor worden gecommuniceerd met de onderwijsinspectie.

Daarnaast acteert de school om de fysieke veiligheid van leerlingen te waarborgen. Hierbij kunt u denken aan brand- en ontruimingsoefeningen, BHV-evaluaties en keuring van de systemen.

Sociale ontwikkeling
De school volgt de sociale ontwikkeling van de leerlingen nauwgezet door observaties van medewerkers en PBS-coaches.

Maatschappelijke- en stagevaardigheden worden ontwikkeld in de school en tijdens stage en gemeten via de opdrachten uit de stageboekjes, competentiepaspoorten en LOB-opdrachten.

Voor het garanderen van een veilig schoolklimaat werkt de school met PBS. Voor het ontwikkelen van sociaal-emotionele vaardigheden wordt dit programma aangevuld met de methode Tumult tijdens de mentorlessen.


8.3 Schoolinspectie

De onderwijsinspectie houdt toezicht op de kwaliteit van het onderwijs. Er verschijnen regelmatig rapporten over onze school. U kunt ze inzien op de website van de onderwijsinspectie. Kijk op www.onderwijsinspectie.nl. Vul daar de naam in van de school (Kromme Rijn College) en de plaatsnaam (Utrecht). De schoolinspecteur voor onze school is de de heer Bert Molema. Het adres van de onderwijsinspectie is Postbus 2730, 3500 GS Utrecht.

8.4 Examenresultaten 2024-2025

Het afgelopen schooljaar zijn totaal 32 leerlingen opgegaan voor een examen. Hieronder de uitsplitsing per niveau.

Overzicht examen 2024 - 2025 per niveau BBL-LWT Entree MBO KBL TL
Totaal aantal kandidaten 12 6 7 4
Totaal geslaagd 12 6 6 4
Totaal afgewezen 1

8.5 Uitstroom

Leerlingen op het Kromme Rijn College stromen uit wanneer zij een diploma halen of rechtstreeks richting arbeid, maar soms ook tussentijds wanneer een andere plek beter passend is. 

Voor het schooljaar 2024-2025 zijn er 32 leerlingen tussentijds uitgestroomd en 57 leerlingen aan het einde van het schooljaar.

Van de 57 leerlingen einduitstroom zijn er 40 leerlingen uitgestroomd op het niveau dat in hun OPP stond (71,4%), 14 leerlingen onder OPP (25%), 2 leerlingen boven OPP (3,6%).